|
18 mei 17h00 Larrimah kmst 532
Ik zit in m'n cabin te genieten van koffie en chocola. De zon
zakt en het heetst van de dag is voorbij. Ik heb zojuist wat
rondgereden en Larrimah blijkt meer dan een benzinepomp en een
motel. Er wonen 30 zielen en er is zelfs een museum, in stand
gehouden door de gezamenlijke bevolking. Larrimah is het
eindpunt van de spoorweg naar Darwin geweest en er was een
groot overslagterrein. Het museum gaat vooral over de spoorlijn
en de hang naar de vergane glorie van dit dorp is duidelijk.
Het museum is erg aardig en goed onderhouden. De sfeer
die op zo'n late namiddag in zo'n plaatsje hangt (je hoort
alleen de vogels) vind ik heerlijk. Dezelfde sfeer hing in
Pine Creek.
In de nacht zie ik er uit als een poolvorser
Vandaag ben ik twee keer een fietsende Japanner tegengekomen,
da's meer dan ik gedurende 10 dagen in Japan zelf aan
vakantiefietsers heb gezien. Verder ben ik een man van 74
tegengekomen die lopend een kar voortduwt (waar hij ook in slaapt)
door heel Australië. Hij had hele verhalen te vertellen, maar
ik verstond er niet zo veel van. Wel rare vogels gezien dus,
maar nog steeds geen kangoeroe!
De vroege ochtendzon maakt lange schaduwen
19 mei 9h30 Daly Waters kmst 620
Mijn eerste kangoeroe had ik vanmorgen in het schijnsel van m'n
fietslicht, kort nadat ik om 4 uur uit Larrimah was vertrokken.
En nu ben ik 90 km verder, onder het bladerdak van een
acacia naast een historische pub van mijn ontbijt te genieten.
Plaats: Daly Waters, 3 km van de Stuart Highway af en vroeger
belangrijk vanwege z'n vliegveld. Veel belangrijke vluchtroutes
hadden een stop in Daly Waters, in de tijd dat de afstanden
in Australië te groot waren voor een non stop vlucht.
Als de zon opkomt wordt het snel warm en moeten er heel wat kleren uit
Daly Waters telt 17 inwoners. De rust die het uitstraalt is dezelfde
als in Pine Creek, Adelaide River, Larrimah. De oude pub is
echt oud: ze doen niet hun best om de zaak goed te onderhouden.
Rond de pub ligt her en der oude troep. Het interieur is
oud, met vergeelde posters. En boordevol verzamelingen zoals
autonummerplaten en bankbiljetten. In de hoek is een uitstalling
van allerlei smederij artikelen. Ze hadden een stevig
ontbijt voor me.
De wind steekt op. Ik hoor het aan het ruisen
van de wind door de bomen en het geluid wordt steeds sterker.
Maar ik ga niet zo ver meer vandaag: nog een kleine 50 km.
Door de fikse afstand van gisteren ben ik weer op m'n schema
van 100 km per dag gekomen. En als ik 's morgens een beetje
vroeg blijf vertrekken zal het weinig moeite kosten om onder
dat schema te blijven.
19 mei 15h00 Dunmarra kmst 674
Vroeg beginnen - vroeg stoppen. Ik zit nu te wachten op m'n
hamsteak van de "wayside inn" (ander woord voor roadhouse) van
Dunmarra en ik heb me al heerlijk gedoucht en omgekleed.
Dunmarra is echt alleen een benzinepomp, restaurant / snackbar,
camping en 8 airconditioned hokken, waardoor het de
status van "motel" heeft. Maar het ziet er verder goed uit en
men is erg aardig hier.
19 mei 20h00 Dunmarra kmst 674
Ik zit voor het restaurant op een bankje, bij het
benzinestation. Het is niet druk. Het is stil. Een generator zoemt op de achtergrond
en vanuit de bush komt het geluid van krekels. Af en toe
passeert een auto over de Stuart Highway. Allemaal met een
verre bestemming, want het dichtstbijzijnde "iets" van betekenis
is 300 km naar het noorden of 350 km naar het zuiden. Ik
zit in het grote "niets" van Australië. De sterren fonkelen
aan de hemel en het wordt kouder.
Dan komt er een grote Greyhound bus en die stopt vlak voor m'n
neus. Mensen strekken zich en strompelen geeuwend de bus uit
en de meesten gaan richting de deur van het restaurant. Het is
een bont gezelschap. Keurig geklede oude mensjes, jonge
vakantiegangers, oudere vakantiegangers en passagiers die ik niet
in een hokje kan plaatsen. Ik zit heel strategisch op m'n
bankje, want ze paraderen allemaal voor me langs. Ik spreek
een jonge vent aan die bij de bus bleef hangen. Ik had hem als
Duitser geklassificeerd en dat bleek juist. De bus was vanochtend
uit Darwin vertrokken, dit was z'n vierde stop en de
eindbestemming was Adelaide. "Wanneer is ie daar?" Dat wist de
Duitser niet, want hij stapt uit in Alice Springs en dat
gebeurt morgenochtend om 6 uur. Zoals gebruikelijk in deze
situatie wisselden we toen vakantie-ervaringen uit. Langzaamaan
kroop het reisvolk weer in de bus en ik nam afscheid van
mijn aanspraak. Een van de beide chauffeurs liep door de bus
en telde neuzen. Het klopte, want meteen daarna ging het licht
uit en werd de motor gestart. Het gevaarte (met aanhangwagen)
zette zich in beweging en draaide langzaam de Stuart Highway
op. De lichtjes werden al kleiner en het gezoem van de generator
hernam de positie van belangrijkste geluidsbron op de
achtergrond. Het werd weer vredig stil in Dunmarra.
De pub in Daly Waters was echt een oase in de woestijn
20 mei 15h00 Elliott kmst 778
Vandaag ga ik weer eens kamperen. Ik voel me gemakzuchtig als
ik steeds weer een motelkamer in duik en ik heb per slot niet
voor niets een nieuw luchtbed gekocht.
Het landschap wordt kaler en de fikse zuidoostenwind speelt
een steeds grotere rol. Maar ik leg geen grote afstanden af en
ik heb die wind geaccepteerd alsof die gewoon bij deze tour
hoort. Morgen weer een klein sprongetje van 95 km en daarom
vertrek ik niet om 4 uur, maar om een uur of acht, zoals
vanochtend.
20 mei 19h00 Elliott kmst 782
Om half 7 is het donker (en hoe verder ik naar het zuiden kom,
hoe eerder het donker wordt). Het benzinestation, waar de
camping bij hoort, is dicht. Wat moet ik de rest van de avond?
Gelukkig is er meer in Elliott. Elliott blijkt een heus dorp,
met een school, een kliniekje, politiebureau, een lokaal
overheidsgebouwtje met het imponerende opschrift "Community
Government Council". Er is ook nog een vrijwillige brandweer
en een garage. Bij entree in het dorp wordt vermeld dat er
ongeveer 600 inwoners zijn. Verder is er een vliegveldje
buiten het dorp. Toen ik vanmiddag wat nieuwsgierig rond reed
dacht ik: dit is nou Coopers Crossing uit de serie "Flying
Doctors". De 600 inwoners kon ik nog niet plaatsen, maar er
zullen nog wel diverse "stations" in de omgeving bij horen. De
school had tenminste ook een schoolbus. Er zijn drie benzinestations
en de BP had er nog een restaurantje bij open. Daar
zit ik nu, achter de koffie. Koffie is in theedrinkend Australië
wel overal te krijgen, maar wordt meestal gratis geschonken
bij het eten. Dat vind ik een probleem, want ik wil wel
eens alleen een kopje koffie en ik wil niet aangezien worden
voor de klaploper die gratis een bakje leut wil. Dus sta ik
altijd direkt met m'n portemonnee klaar, maar gelukkig staat
er hier wel een prijs op de koffie. "One Dollar, mate!"
Radio repeater torens waren als bakens voor mij
21 mei 15h00 Renner Springs kmst 875
Weer een stukje verder naar het zuiden. Renner Springs is weer
enkel een roadhouse, geen dorp. Het landschap gaat nu duidelijk
veranderen, hoge bomen komen niet meer voor. De laatste
dagen was de natuur wel heel erg eentonig, maar er komt nu
weer een beetje reliëf in het landschap. Daardoor had ik een
paar maal mooie vergezichten. Het is zo verschrikkelijk helder,
dat ik radio repeater torens op 25 km afstand al scherp
kan zien.
22 mei 13h00 Threeways kmst 1011
Stop voor lunch in Threeways. Ik ben weer vroeg begonnen
(kwart voor vijf) en heb al 136 km afgelegd. Het was het
langste traject zonder "service" tot nu toe. Alweer had ik
fantastische vergezichten. Het is zo verschrikkelijk helder,
dat de lucht tot op de horizon nog mooi blauw is. Het land is
overwegend zo plat als een pannekoek en maar licht begroeid.
De horizon is een strakke scherpe lijn, die een beetje trilt
in de zonneschijn.
De afgesproken ontmoeting met het Nederlandse echtpaar Theo en Simone
Er is weinig wind (!) en die komt uit het
oosten. Om half 10 had ik een ontmoeting met Theo en Simone,
een Nederlands stel waar ik gisteravond samen mee heb gegeten
in Renner Springs. Omdat we vandaag in dezelfde richting
vertrokken (zij met de auto) en de vertrektijden zo ongeveer
bekend waren, hadden we deze ontmoeting op 85 km van Renner
Springs al gepland. Toen kwamen er nog twee Australische
jongens bij, die nieuwsgierig waren geworden door die drie
mensen, een auto en een fiets langs de weg. Het werd een heel
gezellige, spontane bijeenkomst in the middle of nowhere.
Australiërs zijn hele vriendelijke en hartelijke mensen.
Volgens mij is het de vriendelijkste versie van het blanke
ras. Er wordt altijd uitgebreid gegroet ("How 're ye doing,
mate?") en onderweg wuif je iedereen gedag. 25 kilometer
verder kwam ik een fietsend echtpaar tegen. Dat betekende weer
stoppen en een praatje maken, want zoveel lotgenoten op de
fiets kom je niet tegen. Verder heb ik vanmorgen nog vier keer
een kangoeroe gezien, zodat er vanmorgen meer op het menu stond
dan alleen boompjes, vergezichten, radio repeater torens en
zwaaiende automobilisten. Ik moet nu nog 25 kilometer en dan
ben ik in Tennant Creek. Daar zet ik m'n tent op vannacht.
|