|
Gebruik na het bekijken van een foto de BACK toets van uw browser om hier terug te komen
|
|
1 juni 19h00 Pebbles Crest kmst 1176 Ik lig nu in m'n tent, 50 meter van de weg, 96 kilometer van Marla. Op een heuveltje, vanwege de temperatuur morgenochtend. Zie de natuurkundeles van 26 mei, Aileron. Ik heb de vrijheid genomen om de plaatsnaam Pebbles Crest zelf te bedenken. Ik ben per slot waarschijnlijk de eerste settler op deze heuvel.
Het fietsen over de Oodnadatta Track is erg zwaar. Het valt me niet mee. Fiets en berijder worden continu door elkaar gerammeld. Daardoor ging de bagage voorop schuiven en vanochtend ben ik vaak gestopt om dat te verbeteren. Een paar maal moest ik een stukje lopen omdat het te slecht was om te fietsen. Ook slipte ik vaak door het losse grind. Op de goeie stukken kun je 20 km/h rijden, maar meestal heb ik een snelheid van 12 à 15 km/h. Ik hoop dat de fiets het uithoudt, want die heeft verschrikkelijk veel te verduren. Verkeer is er nauwelijks. Ik ben de hele dag een stuk of vijf auto's tegengekomen. Ik vraag mij af hoe ver de dichtstbijzijnde mens op dit moment van mij verwijderd is.
2 juni 18h00 Oodnadatta kmst 2287
M'n bagagedrager voorop is op diverse plaatsen gebroken. Vlak voor Oodnadatta merkte ik het. Het hangt nu met touwtjes aan elkaar. Morgen wordt een rustdag en dat is niet ongelukkig gepland, gezien de te repareren bagagedrager. Verder wordt het weer wasdag. Alles is bedekt met een film van rood stof. M'n fiets ziet er uit als een professioneel woestijnvoertuig. Echte hotelkamers zijn er niet in Oodnadatta. De accommodatie die ik gevonden heb hoort bij de plaatselijke roadhouse (the Pink Roadhouse). Het is een schuur waarin 3 slaapkamers vertimmerd zijn, met een zitkamer annex keuken. Het totaaloppervlak is groter dan mijn flat in Hong Kong. Prijs: $ 8 (f 12,-) per nacht. Je moet zelf voor lakens (slaapzak) zorgen. Het is ontzettend oud, stoffig en vervallen. Het is echt niet meer dan een schuur. De vuile fiets staat dan ook gewoon in de kamer. maar er is een grote tafel, stoelen en een ijskast. Meer hoef ik ook niet en ik vind het een uitstekende basis voor m'n rustdag. (Er is ook nog een t.v., maar die doet het niet). Douche en w.c. zijn even verderop en er is ook een apart washok. Ik heb me afgemeld bij de politie. "Ah, the madman!", daar werd ik mee verwelkomd. Voor vertrek bel ik met de politie in William Creek, de eerstvolgende nederzetting, 200 km verderop.
3 juni 13h00 Oodnadatta kmst 2287 ABORIGINALS zijn de oorspronkelijke bewoners van Australië en voor zover ik dit land nu gezien heb (alleen de "outback") vormen ze een ruime meerderheid van de bevolking. Grote delen van Australië zijn bestempeld als Aboriginal Land en daar hebben ze een grote mate van zelfbestuur. Maar voor zover ik de Aboriginals zie, is dat in de nederzettingen die door de blanken zijn gesticht en hebben ze zich min of meer aangepast aan de blanke cultuur en spreken ze Engels, ook onderling (ook heb ik ze veel gehoord in hun eigen taal). Het is een heel bijzonder volk. Ze blijken al 50.000 jaar hier rond te huppelen en hebben lichaamskenmerken die duidelijk weg-geëvalueerd zijn van andere rassen. De belangrijkste kenmerken zijn de bolle gezichten met heel diep liggende oogkassen. Typisch zijn verder de relatief dunne benen en hele dikke buiken. Bij vrouwen is die buik een ondersteuning voor geweldige borsten. Eerlijk gezegd vind ik het ontzettend lelijke mensen. Zo lelijk, dat ik ze met belangstelling zit te bekijken als er een groepje voor me langs loopt.
Sociaal gezien zijn de Aboriginals een probleem in de ogen van de blanke Australiërs. Drankmisbruik schijnt een geweldig probleem te zijn en verreweg de meesten doen niets voor de kost en worden financiëel onderhouden door de staat. Je ziet overal Abo's (in groepjes) over de straat slenteren en ze zijn altijd te vinden in cafetaria's en bij speelautomaten. Ik denk dat ze volledig ontaard zijn in de westerse cultuur. In de vorige eeuw zijn ze herhaaldelijk gedecimeerd door de blanke "ontdekkers" en vervolgens vergiftigd met alcohol en andere luxe, die ze gemakkelijk konden verkrijgen. Veel Aboriginals wuiven net zo vriendelijk tegen me als Aussie's, maar ik voel toch soms een argwanende, beetje vijandige sfeer. Zo fietste ik gisteravond hier door de hoofdstraat en kwam er een groep kinderen de weg oprennen, alsof ze de weg wilden blokkeren. Eén van hen hield een hond vast en hitste hem op met "get him! get him!" en liet de hond op me afstormen. Andere honden volgden. Ik was bang gebeten te worden en al schoppend kon ik ze (fietsend) op een afstand houden. En de kinderen hadden reuze plezier. Dat was geen leuke ervaring. Net zoals Zuid Afrika, U.S.A. en Europa heeft ook Australië zijn gefrustreerde etnische minderheden.
4 juni 8h00 Oodnadatta kmst 2287
4 juni 18h00 Plentyplace kmst 2387
6 juni 7h00 Marla kmst 2406
In de nacht, in m'n tentje in Plentyplace, begon het te regenen.
Het regende niet hard, maar het stopte ook nooit. Ik
dacht nog dat het misschien een voordeeltje zou zijn omdat het
zand wat compacter zou worden, maar het tegendeel zou blijken.
Vol goede moed ging ik op weg naar William Creek, in de regen.
De eerste 10 km gingen nog wel, maar toen kwam er meer klei in
het wegdek en begonnen de wielen klei te verzamelen, dat zich
ophoopte tussen de spatborden, vooral achter. Toen dat te erg
werd, heb ik met één ruk de fiets ontdaan van z'n
achterspatbord. Het werd iets beter en ik had nog steeds William Creek
in m'n hoofd voor die dag. Maar de regen verweekte het wegdek
en het fietsen werd erg zwaar. Het probleem met de klei werd
nog veel groter; het verzamelde zich nu vooral bij de trapperas
en ook het voorwiel zong een toontje mee. Op het laatst
moest ik iedere tien sekonden modder verwijderen, want de
wielen liepen vast.
Ik had snel een besluit gemaakt: ik zou me
laten oppikken door een passerende auto. Verder fietsen was
onmogelijk.
Op dat moment kwamen er twee auto's uit de richting William
Creek. Ze zagen me modderen en stopten. Ik wilde eigenlijk
liever de andere richting op, dus in eerste instantie wilde ik
nog niet vragen om een lift. Maar zij vertelden dat de weg
voor alle verkeer was afgesloten en dat er misschien die dag
geen enkele auto meer zou passeren. Ik vroeg of ik mee kon
rijden. Fiets en bagage gingen gemakkelijk in de Toyota Hilux
en voorin was ook paats voor mij, naast de chauffeur, Tim. Z'n
vrouw Sandra verhuisde naar de kleine achterbank. In de andere
auto zaten Donald en Sheila, een wat ouder echtpaar. Ze waren
met hun terreinauto's op weg naar de Tanami Desert en hun reis
duurt 5 weken. Ze waren twee dagen geleden vertrokken uit het
uiterste zuiden van South Australia.
De weg werd slechter. Door de aanhoudende regen werd het
oppervlak steeds zachter en de auto's, die beide een trailer
hadden, slingerden en slipten over de weg. Soms waren er wat
hardere stukken, maar over het algemeen werd het slechter en
slechter. Tim werd nerveus en ook Donald klonk niet meer zo
zeker over de radio. Er werden geen grapjes meer over de radio
gemaakt, zoals eerder die dag. Er werden nu diepe sporen
getrokken in het zachte wegdek en de auto's hadden het er
moeilijk mee. De baas van de roadhouse in Oodnadatta passeerde
ons met gemak in z'n Landcruiser. Auto en bestuurder hadden
duidelijk ervaring met deze omstandigheden. Ook kwamen we een
auto tegen en de bestuurder vertelde ons dat het verderop nog
veel slechter werd. Mijn redders besloten door te gaan. We
waren inmiddels over de helft. Het werd een modderfestijn en
ook waren grote delen van de weg blank door de nog steeds
aanhoudende regen. Het rijden ging zwaar en langzaam. We
kwamen nog een auto tegen. De chauffeur vertelde ons dat het
laatste stuk van 45 km naar Marla heel slecht was en dat er
een vrachtauto en een auto met caravan vast zaten op de weg.
Dat was niet erg bemoedigend, maar er was besloten dat terug
gaan uitgesloten was, dus zwoegden we verder door de modder en
het water.
Na een half uur waren we met 1 auto 10 meter opgeschoten en er was weinig hoop. De truck had zich inmiddels bevrijd en was op weg naar Marla; z'n verkeersborden liet ie voor wat ze waren, ze waren trouwens toch schroot. Toen kwam er een Landcruiser uit de richting Marla. Aan de grote bril en de grijns op z'n gezicht herkende ik Adam Plate, de eigenaar van de roadhouse in Oodnadatta. Hij stopte. Een vrouw naast hem zei meteen: "Hey, the pushbiker!" en zo zie je hoe snel je bekend wordt in een gebied van honderden kilometers groot. Hoewel het al donker werd, besloot Adam ons te helpen. Hij had de juiste auto, de juiste banden en de juiste techniek en ervaring voor de klus en 10 minuten later stonden beide 4WD's op hardere grond. Tijdens de laatste 40 kilometer in het donker raakten we een paar maal bijna vast. Door de modder werd het licht van de koplampen verduisterd, vervolgens werden ze in grote plassen water weer schoongewassen. Het waren spannende uren. We gingen traag, maar stoppen zou noodlottig zijn. Het was een geweldige opluchting toen er lichtjes aan de horizon opdoemden: Marla.
|