|
6 juni 11h30 Marla kmst 2406
Het werd een grote schoonmaakochtend. Tim en Donald hun
auto's, ik m'n fiets. De vette klei was net kauwgom. De zon
schijnt weer, maar het is koud. Ik hoop dat het niet gaat
regenen. Ik vertrek pas rond de middag: bestemming is Cadney
Homestead, 80 kilometer verderop. Zo had ik 5 dagen geleden
afscheid genomen van de Stuart Highway en zo zit ik er weer
op. Hoe had ik dat een paar dagen geleden kunnen voorstellen!
6 juni 18h30 Cadney Homestead kmst 2487
Er stond vanmiddag een harde gure zuidwestenwind, die ik een
beetje schuin tegen had. Het was koud. Het is niet warmer
geworden dan 15°. Het landschap was weinig opwindend. Dus toen
ik afscheid had genomen van Tim, Sandra, Donald en Sheila,
ging het verstand op nul, de blik op oneindig en trappen maar.
En dan kom je vanzelf waar je wezen wilt. Ik kampeer vannacht.
De verleiding van een motelkamer heb ik kunnen weerstaan.
Op weg naar Coober Pedy
7 juni 18h30 Coober Pedy kmst 2652
Om 5 uur ben ik vertrokken vanmorgen. Ik wilde op tijd in
Coober Pedy aankomen. Alles was kletsnat van condenswater en
het was koud. Er stond geen wind, die stak later in de ochtend
op. Het werd weer een gure harde wind, die ik in de zij had en
af en toe een beetje schuin in de rug. Maar het was verre van
aangenaam bij een temperatuur die weer niet boven de 15° is
geweest. Ik was inderdaad op tijd in Coober Pedy en ik
probeerde via Tourist Information achter de weersverwachting voor
morgen te komen, want na Coober Pedy komt er 252 km niets. Met
een wind in de rug kan ik het in een keer overbruggen, met een
wind zoals vandaag lukt dat niet. En de harde wind maakt het
kamperen langs de weg (het is heel kaal) wel erg onaantrekkelijk.
Verwachting voor morgen: zelfde harde zuidwestenwind als
vandaag. Overmorgen: zwakke veranderlijke wind. Ik had snel
een besluit genomen: ik blijf een dag in Coober Pedy. En dat
spijt mij helemaal niet: Coober Pedy lijkt mij een heel leuk
stadje en m'n hotel is tot nu toe de beste accommodatie die ik
gehad heb. De beheerster heeft gratis (omdat ik nog een tweede
nacht bleef) al m'n vuile was gedaan.
Zoals veel dingen in Coober Pedy, was ook mijn motel ondergronds
8 juni 13h30 Coober Pedy kmst 2658
Coober Pedy is een vreemd stadje. Alles is gericht op de
delving van het edelsteen opaal, het is 's werelds grootste
producent van opaal. Er zijn ongeveer duizend mijntjes. Er
worden geen concessies uitgegeven groter dan 50 x 100 meter,
daarom is er geen grote mijnindustrie. Al 30 kilometer voor de
stad beginnen de puntige molshoopjes van 2 tot 8 meter hoog.
In totaal zijn er ongeveer een miljoen van die hoopjes en
evenveel gaten in de grond, 10 tot 30 meter diep. Door het
stadje rijden trucks en pick-ups met mijnmateriaal af en aan.
Het is een stoffig en rommelig stadje, maar zeer levendig. En
dat is het grote verschil met de mijnstadjes Tennant Creek en
Pine Creek. Coober Pedy betekent "hol van de blanke man" en
veel woningen, winkels, kerken en zelfs een camping, zijn
onder de grond of uitgehouwen in een rots. Zo ook mijn hotel.
Mijn kamer is een hol, de wanden zijn van rots. De wanden zijn
bewerkt en het is niet vochtig of stoffig. Het is verder heel
smaakvol ingericht en ik voel me best thuis in m'n hol. Ongeveer
de helft van de bevolking leeft onder de grond. Vanochtend
heb ik me laten rondtouren en heb ik alle facetten van
opaaldelving kunnen zien. Van het verkrijgen van een claim tot
het bewerken van de steen. Ik heb zelf ook nog een opaaltje
gevonden.
Het interieur van m'n kamer: alles is uitgehouwen in de rots
8 juni Coober Pedy kmst 2666
De hele middag en avond heb ik besteed aan inkopen doen,
sandwiches maken voor 2 dagen en schema's maken voor de
laatste twee weken. Ik heb drie alternatieve routes die variëren
van 109 km tot 123 km per dag. Ik probeer het grote "gat" naar
Glendambo in één keer te overbruggen en vertrek
vannacht om drie uur. Toch neem ik voor twee dagen eten mee, want het is
allerminst zeker dat ik het haal! De hoeveelheid water die ik
mee moest nemen voor 255 km en misschien 2 dagen, was een
probleem. Van verschillende bronnen had ik informatie dat er
twee maal een watertank langs de weg zou staan. Maar bij de
Tourist Information hier werd mij verteld dat er geen water is
onderweg. De politie vertelde mij dat er wel water was, bij de
nood telefoons op 95 en 180 km afstand van Coober Pedy. Maar
toen ik daarna m'n Stuart Highway informatiefolder raadpleegde,
vertelde deze me dat er geen watertanks waren. Omdat het
van mij van cruciaal belang is ben ik weer naar de politie
gegaan. Die verzekerden me dat er echt watertanks langs de weg
naar Glendambo staan en ik laat m'n mooie blauwe tankjes
(gekocht in Katherine en sindsdien als een boegbeeld de fiets
versierd) met een beetje weemoed achter in Coober Pedy.
Proviand voor 2 dagen
9 juni 19h00 Glendambo kmst 2923
Om drie uur vannacht verliet ik Coober Pedy, bij heldere hemel
en geen wind. Het was niet erg koud en de eerste 50 kilometer
genoot ik van de sterrenhemel. Aan de sterren Acrux en Becrux,
die 's ochtends vroeg op een bepaald moment op een horizontale
lijn staan, kan ik zien dat ik steeds verder naar het zuiden
kom. Bij Katherine was die lijn bijna op de horizon, nu is die
lijn bijna 15° boven de horizon. Ik telde 7 vallende sterren
in deze maanloze nacht. Toen schoof ik onder een laag bewolking.
Het vermaak dat dan nog overblijft zijn lichten en
schijnsel van lichten in de verte. Ik kon het schijnsel van de
lichten in Coober Pedy tot op 50 kilometer afstand nog zien!
En dat terwijl Coober Pedy in onze Europese ogen slechts een
dorp is van 2500 inwoners. De enige overgebleven andere
lichtbronnen zijn auto's. Als ik een lichtschijnsel voor me zie in
de verte, bereken ik op welke afstand ik het schijnsel voor
het eerst zag, volgens de methode die ik op 26 mei beschreven heb.
Dat leverde eergisterochtend eenmaal de ongelofelijke
afstand op van 49 kilometer. Vanochtend kwam ik lang niet zo
ver en werd die afstand steeds korter hoe verder ik naar het
zuiden reed. De reden werd snel duidelijk: het ging regenen.
Gelukkig waren er inderdaad watertanks tussen Coober
Pedy en Glendambo
Het was een fijne motregen en ik kreeg het koud. Toen het
langzaam licht werd, kwam er mist opzetten. De mist bleef tot
laat in de ochtend. Het leek er meer op dat ik op een koude
herfstochtend over de Veluwe fietste dan aan de rand van de
Great Victoria Desert!
Er was geen wind en ook 's middags,
toen de mist plaats maakte voor een dicht wolkendek, bleef de
wind weg. daarom kon ik toch aardig vooruit komen en het is
gelukt om de 256 kilometer te volbrengen en nog voor donker in
Glendambo te arriveren. Het is de grootste afstand die ik in
m'n leven ooit heb gefietst tijdens een fietsvakantie. Ik ben
gaan kamperen, want ik hoef morgen niet vroeg weg en ik had
verder geen doorslaggevende reden om in een hotelkamer te
kruipen. Alleen als het nog kouder wordt stop ik misschien met
kamperen. Nu zit ik heerlijk in de bar-lounge van het bijbehorende
hotel bij het haardvuur te genieten van een voedzame
warme hap. Na de geslaagde prestatie van vandaag geniet ik nog
extra.
Vandaag ben ik weer een (Japanse) fietser tegengekomen, op weg
naar Darwin. De eerste week zag ik diverse collega fietsers,
maar sinds Tennant Creek ben ik ze niet meer tegengekomen. We
hebben even een praatje gemaakt en foto's genomen.
Soms ontmoet je andere fietsers, de meeste (zoals hier)
uit Japan.
10 juni 18h00 Pimba kmst 3038
Een probleem met kamperen in winters zuid Australië is dat 's
ochtends alles kletsnat is. Met m'n kompas zoek ik wel altijd
een plekje zodat 's ochtends de eerste zonnestralen op de tent
schijnen, maar voordat de zon (als die er is) een beetje
kracht heeft, is het al 9 uur geweest en wil ik de zaak
opbreken om verder te gaan. Dus, zoals meestal na een kampeernacht
de laatste tijd, liggen binnen- en buitentent nu uitgespreid
in m'n hotelkamer te drogen.
Ik ben weer een stukje verder, naar het oosten ditmaal. Het
was prachtig weer met mooie wolken, het was kraakhelder (zoals
altijd), de natuur was prachtig met mooie vergezichten en: er
stond een heerlijke westenwind! Met een betrekkelijk kleine
afstand van 114 km was het een zeer relaxed tochtje.
De regen van de vorige week met de droge landwind van vandaag
maakt de lucht extreem helder. Op de horizon zag ik nog
haarscherp de toppen van de cumuluswolken. Nu weet ik niet op wat
voor hoogte die toppen zich bevinden, maar stel dat dat 2000
meter is (zeker niet lager), ikzelf de horizon op 10 km zie,
vervolgens het resultaat met 30% verminder voor refractie, dan
waren die toppen 122 km ver verwijderd (resultaat na de vakantie
berekend). Ik heb een bang voorgevoel dat de wind naar
zuidwest of zuid gaat draaien en omdat de eerstvolgende plaats
172 km verder is in zuidoostelijke richting, ga ik morgen weer
vroeg vertrekken.
Ik zorgde altijd dat de tent 's ochtends in de zonneschijn
een beetje kon opdrogen
11 juni 17h00 Port Augusta kmst 3218
Om kwart voor 5 zat ik weer in het zadel en dat betekende dat
ik nog ruim een uur van de (inmiddels vertrouwde) zuidelijke
sterrenhemel kon genieten. Het was onbewolkt en dat bleef het
ook toen de zon op kwam. Wind was er ook niet. Het was een
stralende ochtend. later in de ochtend kwam de wind opzetten
en mijn voorgevoel was onjuist. Er kwam een stevige
noordwestenwind en die had ik heerlijk in de rug. Op m'n gemak en met
hoge snelheid reed ik de laatste 70 km naar Port Augusta, met
links uitzicht op een bergketen (de Flinders Range) en rechts
in de verte merkwaardige "tenthills", tafelbergen in de vorm
van een tent. Het was een heerlijke fietstocht en om 2 uur was
ik al in Port Augusta.
Port Augusta ligt aan de Spencer Gulf, een open verbinding met
de zee. Dat betekent dat ik nu van noord- naar zuidkust ben
gereden: vandaag heb ik zogezegd het Australische continent
bedwongen. Port Augusta is verreweg de grootste stad die ik in
Australië heb gezien. Hier eindigt de Stuart Highway en hier
begint voor mij het geciviliseerde deel van Australië met meer
dorpen, stadjes, cultuurland. Ik heb nu het gevoel weer een
fase te hebben afgesloten en morgen begin ik aan de derde,
laatste fase van deze tour.
|