Go to English version of this page
Bangkok-Singapore per fiets
Verslag van een 20 daagse toertocht
deel 2: Maleisië
Inleiding
Tijdens een fietsvakantie houd ik altijd een dagboek bij. In de eerste
plaats heb ik iets nodig om mijn belevenissen kwijt te raken (want ik
fiets altijd alleen) en natuurlijk vind ik het leuk als anderen het lezen.
Daarom houd ik het beknopt en daarom plak ik ook foto's bij de tekst.
Om het geheel nog aantrekkelijker te maken als internet website, heb ik
tekst en aantal foto's nog wat verder beperkt.
Dit verslag begint halverwege mijn toertocht, vanaf de Thai-Maleisische
grens. wil je eerst het
gedeelte door Thailand lezen, dan kan dat nu.
06.03 (ma) Alor Setar km. 1237
Met een fikse wind in de rug vertrok ik vanochtend uit Hat Yai, over een
mooie brede weg. Aan weerszijden van de weg waren veel rubberplantages.
Precies om 12 uur reed ik de grens over en toen was ik in Maleisië. De mooie
brede vierbaansweg bleef ik houden tot m'n einddoel van vandaag: Alor Setar.
Vanmiddag kreeg ik mijn eerste lekke band. Toen bleek dat de buitenband
(achter) een grote scheur had. Ik heb één reserve buitenband.
07.03 (di) Penang km. 1397
Penang is een eiland en het is beroemd om z'n natuur, z'n botanische tuinen
en mooie stranden. Toen ik om drie uur in Butterworth aankwam ("tegenover"
Penang, op het vasteland), had ik 100 kilometer op de teller vandaag. Ik heb
toen de pont naar Penang genomen, om te zien of Penang werkelijk zo paradijselijk
was. Ik dacht, ik fiets het eiland even rond, dan heb ik ook meteen alles
even gezien. Als ik dan aan de westkant een mooi hotelletje zie aan het
strand, dan neem ik die. En dan voor twee nachten, want ik had inmiddels
besloten om een rustdag te nemen. Dat "rondje" bleek toch nog 80 kilometer
in totaal te zijn, waarvan ik er ¾ oftwel 60 kilometer van heb moeten doen,
voordat ik bij een hotel kwam. Al met al heb ik dus vandaag 160 kilometer
afgelegd. De oost- en zuidkust van Penang zijn druk, smerig en lelijk.
De westkust is heel mooi en de noordkust (waar de hotels zijn) ook. Er was
veel klimwerk bij mijn "rondje Penang". Dat was zwoegen, want ik was bekaf.
Ik had niet voor niets besloten om een rustdag in te lassen.
De noordkust van Penang.
09.03 (do) Weg no. 1 , km. 1440
Het is nu donderdagochtend en ik heb Penang weer verlaten. De rustdag beviel
me maar matig. Dat is meestal zo; tijdens een rustdag ga ik me vervelen en
zit ik al weer te dromen over waar ik de volgende dag heen zal fietsen.
Nu zit ik aan de koffie, maar dat is ook nog geen succes-story in Maleisië.
Wat dat betreft kun je duidelijk merken dat dit een Engelse kolonie is
geweest. Engelsen hebben bitter weinig verstand van een lekker bakje koffie
en hebben dit onverstand overgebracht op de lokale bevolking. De eerste
koffie, net over de grens, was een kopje lauwe melk met een koffiesmaakje.
Ik leerde toen het woord voor "zwarte koffie" en de volgende koffie
was weliswaar zwart, maar mierezoet. Ik weet nu zolangzamerhand hoe ik
koffie moet bestellen, maar lekker is het niet. En dan is er de manier van
koffie schenken in dit land: het kopje wordt gevuld tot over de rand. Pas
als de koffie goed en wel in het schoteltje stroomt, dan wordt het
geserveerd. Vervolgens stroomt de koffie over de rand van het schoteltje als
het voor je wordt neergezet. Het is altijd een smerige bende.
Langs de westkust was het land zo vlak als een pannekoek.
09.03 (do) Pantai Remis km. 1574
Het was even zoeken naar een hotel; die dacht ik in Beruas te kunnen vinden,
maar daar was niks. De dichtstbijzijnde accomodatie bleek toen op 25 kilometer
afstand in de verkeerde richting te zijn. Dat was even slikken en balen, want
ik had er al 150 kilometer opzitten. Het was te laat om nog verder weg, in
de goede richting iets te vinden. Nu zit ik in een hok zonder w.c. en douche
in het enige "hotel" van het dorp Pantai Remis. Ik heb wel airconditioning,
maar de prijs is ook nog belachelijk hoog.
10.03 (vr) Telok Anson km. 1678
Vandaag was een minder geslaagde dag. Het landschap was kaal en vlak, de
wegen recht. Er waren heel weinig dorpen onderweg en ik was erg moe.
Daarom besloot ik te stoppen in Telok Anson, op (slechts) 104 kilometer
afstand. Het is ook de enige grotere plaats in een wijde omgeving. Toen ik
daar aankwam en in de verte een groot gebouw zag met een bord met "Hotel
Anson" er op, dacht ik dat het tij zou keren. Maar helaas, alles wat in
een normaal hotel behoort te functioneren (lift, telefoon, airco), deed het
niet. Ik bleef me ergeren aan alles en kwam tot de conclusie dat mijn
vakantiestemming een dieptepunt had bereikt.
Oerwoud in Centraal Maleisië.
11.03 (za) Raub km. 1884
Vanochtend ben ik
vroeg vertrokken om, als het niet te inspannend zou zijn,
Raub te bereiken. Volgens de kaart is dat de eerste plaats
van enige betekenis op de route, maar het betekent ongeveer
200 km fietsen. Vanochtend reed ik ook nog 14 km fout (7 heen
en 7 terug). Zoiets kan mij verschrikkelijk opwinden, ik zit
dan tegen mezelf te vloeken en trap van nijdigheid een stuk
sneller. En vandaag kon ik het helemaal niet gebruiken.
Na Kuala Kubu Baharu wilde ik in het eerstvolgende dorp een
koffiepauze nemen en water bijtanken. Er was niet veel
verkeer op de weg. De geluiden uit de jungle vertelden me dat
ik niet alleen was, maar mensen zag ik weinig. ik genoot van
de prachtige natuur en van de tropische planten en bloemen
langs de weg. De weg steeg langzaam en onder de tropische
zon kreeg ik het warm. Ik begon uit te kijken naar een dorp,
want m’n water was op. Er kwam maar geen eind aan de
steeds stijgende weg. Ik hield mensen aan in passerende
auto’s met de vraag of ze water voor me hadden, maar
niemand kon me helpen. Wel wilde iemand in een busje me
meenemen. Maar dat werd me toch te gek. Het busje
verdween om de hoek en ik was weer alleen met m’n lege
bidons. Ik bleef nog even staan naast de fiets. Het groene
woud oogde opeens niet meer zo vriendelijk, de ruige
bergtoppen kregen iets grimmigs en de geluiden uit het
donkergroene woud leken opeens ook anders te klinken. Wat
moest ik doen? Ik had ondertussen flink dorst gekregen. Toen
hoorde ik het geluid van een waterval en met mijn bidons trok
ik de jungle in, op het geluid af. Het geklater werd steeds
luider en toen zag ik door de bladeren heen het water
glinsteren. Het was een mooi watervalletje en een flinke plens
water kletterde op de rotsen. Wat een heerlijk geluid! Het
water was helder en smaakte geweldig. Ik heb me ook
meteen maar even gedouched.
Lekker opgefrist trapte ik verder naar boven en op de top
(800 m hoogte) was een gehuchtje met een paar eten / drinken
stalletjes. Daar heb ik me tegoed gedaan aan watermeloen en
gebakken banaan, waar oma druk mee bezig was. Toen door
naar Raub. Een alternatief was er ook niet, want afgezien van
het gehuchtje op de top, was Raub de eerste plaats die ik
tegenkwam. En dat was 70 km na het vorige dorp. Totaal had
ik vandaag 206 km op de teller.
12.03 (zo) Jerantut km. 1983
Om half vier meerde ik af bij hotel Sri Emas in Jerantut. 99 kilometer
gefietst en het was een makkie. Ik dacht dat de zware tocht van gister nog
goed in m'n benen zou zitten, maar dat was helemaal niet het geval. Ook had
ik gedacht in bergachtig terrein te rijden, maar dat was ook niet zo. Mijn
hoogtemeter bleef tussen de 80 en 130 meter hoogte. Ik zie daarom ook geen
enkel probleem om morgen 170 km naar Kuantan te fietsen.
13.03 (ma) Kuantan km. 2152
De weg naar Kuantan lijkt meer op een breed bospad dan op een doorgaande weg,
maar hij is in ieder geval geasfalteerd. Verkeer is er nauwelijks en hier
wonen ook bijna geen mensen. Ik had Kuantan links kunnen laten liggen en
meteen langs de kust naar het zuiden kunnen gaan, maar ik wilde eindelijk wel
weer eens een grotere stad met een goed hotel.
14.03 (di) Pekan km. 2208
Pekan staat als redelijk groot op de kaart aangegeven, maar het stelt
helaas niets voor. Er is geen hotel en ik zit nu in een "resthouse". Die
kom je tegen in vroegere Engelse kolonies en boden onderdak aan reizende
Engelsen. Ik geloof best dat die resthouses in vroegere tijden hoge
kwaliteit onderdak konden bieden, maar sinds de Engelsen zijn vertrokken
is er, in ieder geval aan dit resthouse, weinig meer aan gedaan om het op
peil te houden. Het gebouw is van hout en is helemaal verrot. Verder
functioneert niets meer goed. Van de beheerder kreeg ik een kamer, maar
met enige tegenzin, omdat ik hem in zijn slaap had gestoord. Later moest
hij diep zuchten van ellende toen ik hem weer wakker maakte voor een handdoek.
Ik heb toen heel Pekan afgezocht om te gaan eten en ik vond 2 restaurants,
afgezien van de foodmarket. Maar ik wilde er een groot fles bier bij, en
op foodmarkets wordt geen alcohol geschonken. Het ene restaurant bleek geen
eten te hebben en in het andere zit ik nu. het bier is nog niet op, maar het
eten wel. En dat was slecht. Het enige positieve hier is dat ik weer geen
enkele aandacht trek, net als in
Het meest opmerkelijke van deze laatste dag was dat ik de laatste 8 kilometer,
in Singapore, in stromende regen heb gefietst, terwijl dat de enige regen
was die ik tijdens de hele tocht vanaf Bangkok heb gehad!