Dagboek van mijn fietstocht in Japan, maart 2000

22.03 / 23.03
Ontmoeting met Peter en Mike

naar homepage naar fietspagina's

door Jan Boonstra



  naar index 1 verder

22.03 19h30 Hita
Op deze eerste dag heb ik veel minder gereden (110 km) dan ik had gedacht te doen. De eerste oorzaak was een hele trage immigratie procedure in Shimonoseki. Ik kon pas om 10h15 op de fiets springen terwijl de boot al om 8 uur afmeerde. Er is één loket voor niet-Japanners. Het kleine rijtje Japanners was zo opgelost, maar de vreemdelingen mochten in de rij staan wachten, sommigen wel 2 uur lang, voor een minitieus paspoortonderzoek. Welkom in Japan.

De tweede oorzaak was ook weer een vertraging, maar meer te wijten aan het verkeer en met name aan de regels die er bestaan voor fietsers. Ik heb dat in het verslag van 1993 uitgebreid uit de doeken gedaan en het komt er op neer dat je in stedelijk gebied gewoon helemaal niet lekker op kunt schieten.

Om 12 uur had ik nog maar 30 kilometer gefietst en alleen nog maar huizen, industrie, verkeer en (vooral) verkeerslichten gezien. Maar dat veranderde drastisch na Yukuhashi. Ik kreeg een smalle, goed geasfalteerde weg met weinig verkeer (no. 496) en kon echt gaan genieten van de dorpjes en de natuur. Het zonnige weer en een lekker rugwindje deden er nog een schepje bovenop en het werd een prachtige tocht verder. Ik werd wel flink moe (da's oorzaak no. 3) en toen het weggetje zich tot 815 m. hoogte had gekronkeld en ik even op adem kwam, wist ik dat ik vandaag niet verder zou gaan dan tot Hita.

Het is 7 jaar geleden dat ik ook in Japan fietste en de indrukken van die eerste dag toen verschillen niet zo veel met de indrukken die ik vandaag opdeed. Uiteraard vergelijk ik alles weer met Korea. Japan heeft gewoon een veel hoger welvaartsniveau. De verschillen met Korea zijn groot. Maar als ik alleen door een puur westerse bril kijk, dan zijn er veel punten van overeenkomst tussen de Japanners en de Koreanen. En dat is iets wat ik bij mezelf niet goed op een rijtje kan zetten. Voor mijn gevoel ben ik niet realistisch als ik Japan en Korea vergelijk en spreken mijn eigen conclusies elkaar wel eens tegen. Ik weet het niet en laat het over me heen komen en herkauw de indrukken eerst lekker voor mezelf. Kan niemand mij van tegenstrijdigheid betichten.

Op de boot heb ik slecht geslapen vanwege een verkoudheid die vannacht begon (ik voelde het gister al aankomen). Morgen is Louwrens jarig, maar ik heb helaas geen telefoonnummer om hem even te bellen. Weerbericht op de t.v.: morgen regen! Met de temperatuur van vandaag wordt dat een hele kille bedoening, ook wordt harde zuidenwind (tegen) voorspeld. Mijn doel morgen is Aso, waar ik Peter en Mike (zie introductie) ga ontmoeten en dat is gelukkig maar 55 kilometer. Dat wil ik morgen in één ruk doen, zeker als het echt regent. Bij regen vertrek ik om 10 uur.

23h00: Ik heb net de telefoonkaart even leeggebeld en er is in Pusan geen e-mail van Mike binnen gekomen, dat betekent dat de ontmoeting van morgen ongewijzigd blijft: on 16h00 morgen in het JR (Japanse spoorwegen) station van Aso. Er staat nu nog een heldere volle maan......

Prachtig land met mooie smalle weggetjes

klik op het plaatje om de foto te bekijken

Do 23.03 9h30, Hita
Ik bereid me nu voor om om 10 uur te vertrekken en neem nog een koffie van het setje van 2 kopjes koffie die ik gister in de supermarkt heb gekocht (een hele goeie overigens, als je de beschikking over heet water hebt). Buiten is het grijs, het heeft wel wat geregend, maar nu is het droog. Dat zal wel niet zo blijven en ik bereid me voor op een barre tocht.

Do 23.03 14h30, Aso
Ik heb het gered! Het ging ongeveer zoals ik me had voorgesteld: het werd een barre tocht, maar omdat ik hem in één ruk kon doen en flink in beweging kon blijven, kon ik onderkoeling voorkomen. Het moeilijkst was nog het laatste deel, waarin ik 400 meter moest afdalen naar de vlakte waarin Aso ligt. Ik was blij toen ik in de vlakte was beland en weer gewoon moest trappen om vooruit te komen (toen nog 10 kilometer). Het hoeft geen betoog dat ik geen droge draad meer op m'n lijf heb. Op het station zag ik geen Mike en Peter. Maar het was ook nog maar 2 uur en de afgesproken tijd was 4 uur.

Op het station is ook een tourist info desk en ik reserveerde een kamer in een minshuku voor ¥ 4000 (fl. 90 en de helft van het hotel van afgelopen nacht) tegenover het station. Ik ging er naar toe en het eerste wat me opviel was dat het steenkoud was binnen. Niet veel warmer dan buiten, waar de fietscomputer 8°C mat. En wat ik vreesde gebeurde ook: ik kon pas om 3 uur inchecken. Bij een vroegere ervaring in Japan (1993 in Hagi) was men daar ook onverbiddelijk in. Met m'n kletsnatte outfit en het heftige huiveren (weinig toneelspel bij) hoopte ik op een sympathieke geste dat ik in ieder geval op m'n kamer even droge kleren aan kon doen. Maar dan blijkt toch weer dat er een kille bureaucratie schuil gaat achter de Japanse glimlich en de hoffelijkheid. Gelukkig is er een warm restaurantje in het stationsgebouw en daar zit ik nu. Over m'n natte plunje heen heb ik een trui aangetrokken, maar ik huiver nog steeds als een juffershondje. Het is nu drie uur en af en toe kijk ik om me heen om te zien of Mike of Peter aangekomen zijn. Maar je hebt best kans dat ze helemaal niet komen opdagen, want fietsen in stromende regen bij deze temperaturen is eigenlijk gekkenwerk. Het is 3 uur, dus ik ga naar de minshuku en ga me omkleden. Vandaag gereden: 59 km.

De vriendelijkheid en de hoffelijkheid waren weer alom aanwezig toen ik kort na 3 uur om m'n kamer vroeg. Het is een kamer Japanse stijl. Rieten matten op de vloer met een laag tafeltje midden in de kamer, met vier kussens daar omheen, om op te zitten. Dan een klein tafeltje waarop een t.v. staat en nog een bak met daarin een handdoekje en kimono's. Een wand bestaat geheel uit schuifpuien van latten, bekleed met papier. Daarachter is een veranda. Typisch interieur van een gewone Japanse kamer. Aan de muur hangt een airconditioner, die ook als kachel werkt. Een weldaad! Daar heb ik eerst maar eens vijf minuten onder gestaan met m'n natte kleren nog aan. Op de veranda vond ik een droogrekje, bingo! Die heb ik onder de kachel geschoven en ben begonnen natte kleren uit te hangen. Naast de kamer is een hokje met een wastafel, daar kan ik mooi m'n kleren wassen en een Japanse (=Koreaanse) stijl w.c. De badruimte is een verdieping lager. Toen ik met een zak droge kleren klaar stond om naar het bad te gaan, werd er geklopt. Het was Peter en we maakten kennis. Hij had m'n fiets buiten zien staan. Hij wist niet waar Mike was en we hoopten dat Mike het ook zou halen in dit slechte weer.

do 23.03 21h30 Aso
Na de kennismaking met Peter ging ik een douche nemen. Dat was voor mij weer een nieuwe Japanse ervaring. Er was een mini-zwembad (ca. 6 bij 2 m.) in een flinke ruimte, die helemaal mistig was van de waterdamp. Het water was troebel en warm. Dit was duidelijk een heet bronwater bad, de zwavelgeur bevestigde dat. Aso is een der meest aktieve vulkanische gebieden ter wereld, dus dan kun je dit wel verwachten. Om bij de badruimte te komen, moest je door een kleedruimte. Tenminste, ik vermoedde dat het een kleedruimte was. Maar als je de grote schuifdeur opende, kan iedereen zo naar binnen kijken, dat gold ook voor de kleedruimte voor de dames, er naast. Er was verder niemand en ik begon me uit te kleden. Dat was geen aantrekkelijke bezigheid met m'n natte kleren, want het was koud in de kleedkamer. Een grote thermometer gaf 11° aan. In de mistige badruimte was het aangenamer en toen ik eenmaal in het warme badwater was, was dat een gevoel van zaligheid.

Terug in m'n kamer vond ik nog iets leuks, kennelijk ook typisch Japans. Over het lage tafeltje midden in de kamer was een vierkante deken uitgespreid. De deken, die veel groter was dan de tafel, bedekte aan de randen de vloer. Nu bleek aan de onderkant van het tafelblad een elektrisch kacheltje gemonteerd te zijn. De bedoeling is om aan tafel te zitten (op een kussen op de grond) met de benen onder de deken, met de voeten onder de tafel. Lekker warm. Boven op de deken ligt een tweede tafelblad zodat je daarop gewoon kunt eten, schrijven, etc. Ik kan alleen heel moeilijk in kleermakerszit op Aziatische wijze aan tafel zitten, daarom maakte ik mijn persoonlijke zetel door de t.v. op de grond te zetten en het t.v. tafeltje als stoel te gebruiken. De deken klape ik terug over de tafel, zodat ik toch lekker warme voeten en benen kreeg. Op die manier zit ik nu te schrijven.

Toen ik om 4 uur Peter zocht om met hem naar het station te gaan om te checken of Mike er was, kwam Peter naar me toe met de mededeling dat Mike in de minshuku was gearriveerd en net z'n kamersleutel had. En toen kon ik eindelijk Mike voor het eerst de hand schudden, terwijl we al twee jaar een vriendschapsrelatie aan het bouwen waren via internet.

Ik deed m'n wasje, Peter en Mike gingen baden en om 6 uur zaten we met z'n drieën op Mike's kamer. We hadden heel wat te vertellen allemaal, want zo tegenover elkaar zitten is toch heel anders dan communiceren via de computer. Ook werden plannen gesmeed voor de komende dagen. Peter wilde graag nog een dag, of twee, in de buurt van Aso blijven. Ik wilde het liefst naar Shikoku, maar wilde als alternatief ook nog wel verder naar het zuiden op Kyushu (waar we nu zitten) en Mike had ook geen haast om snel naar Shikoku te gaan. We vonden een compromis om als doel aan te houden voor zondagavond (over 2 dagen): Yawatahama, op Shikoku, in een hotelletje tegenover het station (Mike heeft een hotelgids). En daar gaat ieder in principe op z'n eigen wijze en tempo naar toe. Dat is volgens de stijl waarin Peter en Mike vaak fietsen: soms samen, soms spreken ze een ontmoetingsplaats af, voor dezelfde dag of soms 1 of 2 dagen later. Dat is een stijl die mij erg aanspreekt en het is een tussenvorm van in je eentje en samen met anderen een toer fietsen.

Mike en Peter, geheel in Japanse stijl

klik op het plaatje om de foto te bekijken

Mike blijkt goed thuis te zijn in Japan. Hij spreekt en leest een beetje Japans en weet veel van de Japanse gewoontes en het eten. Da's mooi meegenomen, want ik weet bedroevend weinig van Japan. Een andere ontdekking: Mike's leeftijd is niet achter in de veertig, wat ik dacht, maar 63! En Peter is zelfs nog drie jaar ouder. Dan ben ik met mijn 51 lentes maar een broekie. In ieder geval is deze levende-lijve-ontmoeting geen teleurstelling. Het zijn sympathieke mensen. Peter is een hele rustige man. Hem kende ik eigenlijk niet, want ik heb nauwelijks kontakt met hem gehad per e-mail. Mike is precies zoals ik hem ken van z'n e-mails. Alleen z'n uiterlijk was een verrassing, maar eigenlijk had ik me daar nooit een voorstelling van gemaakt.

Toen we wilden gaan eten, bleek alles in Aso (tenminste in de buurt van het station) gesloten te zijn. In de Minshuku was ook een eetzaal, maar daar waren we eigenlijk te laat voor. We kregen wat rijst en er werd ook nog wat vlees voorgeschoteld. Er was ook een Amerikaanse vrouw en die kwam maar al te graag bij ons aanschuiven voor gezelschap. Ze nam haar overgebleven eten mee en dat werd in dank van haar afgenomen. Fietsers hebben altijd honger. Peter struinde langs de tafels en vond her en der nog wat overgebleven rijst. We vraten alles op. Met een paar kruikjes saki er bij en met een levendige conversatie werd het een feestmaal.


naar index 1 verder