De treinreis
door Jan Boonstra
---
(zie verder naar onderen voor een meer gedetailleerd kaartje)
(even vertellen hoe ik hier terecht kwam....)
Het is een koele regenachtige dag in maart 2000 en ik ben bezig met een fietstocht in Japan. Ik vluchtte weg voor de regen en had besloten een stuk met de trein te doen.
fiets een beetje compacteren, anders mag ie niet mee in de trein
klik op het plaatje om de foto te bekijken
Het is nu 10h30 en het kleine diesel-elektrische treintje boemelt tussen de rijstvelden en langs riviertjes van stationnetje naar stationnetje. Tussen de regels door geniet ik van het uitzicht. Mijn eindbestemming per trein is Matsuyama, met 2 keer overstappen. Dan is er de keus uit twee veerboten, da's nog huiswerk voor vandaag om uit te vinden welke ik het best kan nemen en van waar ze precies vertrekken. Alleen reizen in Japan met overstappen op kleine stationnetjes verplicht jezelf om je met Japans bezig te houden. Ik ben nooit van plan geweest om het te leren, maar vind het leuk om er noodgedwongen mee bezig te zijn. Voor de zekerheid ben ik in Nakamura met de kaart in de hand even naar de machinist toe gelopen om te verifiëren of mijn overstapstation Wakai inderdaad lag waar ik dacht. Ja hoor, het klopte.
Het stationnetje waar ik eerst moest overstappen heet Wakai (zie paarse pijl) en het heeft maar één perron, het heeft zelfs maar één spoorbaan, dus ik hoefde niet te zoeken. De machinist kwam nog wel even uit de trein om te checken of ik was uitgestapt. Aardige machinisten hebben ze in Japan. Er is een zitbank in een open wachthokje, net groot genoeg om niet in de regen te hoeven wachten. Ik bestudeerde een lijst met tijden en plaatsnamen. Maar daar werd ik geen wijs uit en ik vroeg een jongen, die ook was uitgestapt, welke trein op de lijst naar Uwajima ging, mijn volgende overstap. Hij wees mij een vakje aan waarin een tijd stond: 13h16. Da's over twee uur! "two hours wait" zei hij in het Engels en dat bevestigde de onheilstijding. Twee uur op een klein perronnetje in de koude wind, schuilend voor de regen. Dat is geen prettig vooruitzicht en ik trok m'n trui er bij aan.
Toen de regen stopte, ging ik het dorp verkennen. Het is een klein boerendorp en ik zag geen mens. Het regenwater drupte van de daken en de bomen en grijze wolken joegen door de lucht. Met het geluid van de wind er bij hing er een sombere atmosfeer van totale verlatenheid. Met het zonnetje van gisteren zou dit dorpje, met z'n mooie huisjes met typisch Japanse daken, heel anders geoogd hebben. Ik wandelde door een lange straat, kennelijk de enige straat. Nog steeds geen mens te zien en ik wed dat diverse ogen, vanachter de raampjes, mij wel opgemerkt zullen hebben. Eigenlijk was ik op zoek naar een winkel, om wat te eten te kopen. Maar de straat pieterde uit in een pad en het dorp eindigde in een bamboebos. Geen winkel. Dus slenterde ik terug en vlak bij het stationnetje begon de regen weer in alle hevigheid, zodat ik snel weer bij m'n fiets onder het afdakje zat.
Het treintje boemelt door de rijstvelden
klik op het plaatje om de foto te bekijken
Nadat de regenbui weggetrokken was, ging ik weer op pad om te proberen geld in voedsel om te zetten en liep de andere kant op. Geen succes. ik kwam niet verder dan een blikje koude koffie uit een automaat. Ook aan de andere kant van het dorp liep de straat dood. Halverwege is een klein weggetje, dat de verbinding met de rest van de wereld verzorgt. Niet dat daar veel gebruik van wordt gemaakt, want tot nu toe heb ik slechts één auto het dorp in zien komen en die reed even daarna het dorp weer uit. Het is inmiddels 12h30 en door mijn ontdekkingstochtjes en door dit schrijfwerk kan ik de tijd aardig vullen. Ha! daar komt een trein langs. Hij stopt en mensen kijken verbaasd door de beslagen raampjes naar een buitenlander die op het bankje zit te schrijven. (Dat was aan het begin van de vorige zin). Niemand stapt in en niemand stapt uit. De trein verdwijnt weer en ik ben weer alleen met de wind die om mijn wachthokje heen loeit. De warme trui komt me nu weer goed van pas en ik heb het niet koud.
di 28.03 15h30 Uwajima
De volgende boemel die stopte, was mijn boemel. Hij zat bijna vol met mensen. Daarom waren de ramen beslagen en heb ik niet zoveel naar buiten kunnen kijken. Toch heb ik me niet verveeld. Nu zit ik in Uwajima (zie paarse pijl) en heb anderhalf uur voor de volgende trein. Genoeg tijd om even een lekker hapje te eten. Er waren voldoende restaurantjes bij het station. Ook heb ik even boodschappen gedaan voor het ontbijt voor morgenochtend en chocola voor tijdens de rest van de treinreis. Die reis vordert overigens maar uiterst langzaam. Als ik over een half uur uit Uwajima vertrek (wat over de weg maar 65 km van m'n beginpunt Sukumo is), dan ben ik al 8 uur onderweg. Ik zal de veerboot naar Honshu morgenochtend moeten nemen. Ik had er in m'n optimisme niet aan getwijfeld dat dat vanmiddag nog wel kon. Geeft niet, dan doe ik die overtocht gewoon morgenvroeg.
Het was 8 uur in de avond toen de trein eindelijk het station van Matsuyama binnengleed. Ik had al een kleine planning van akties in m'n hoofd. Ten eerste: naar het toilet. Die was niet in de trein. Dan naar een stationsloket waar het niet druk is en proberen uit te vinden hoe laat morgenochtend de eerste veerboot van Matsuhama naar Yanai gaat. Dan ontbijt voor morgenochtend kopen, dan hotel zoeken. De eerste drie akties liepen vlot. Het hotel zoeken leek ook wel te gaan, voor het station was een grote plattegrond met veel hotels aangegeven in de omgeving. Dus ik deed m'n fietsverlichting aan en ging eerst eens wat rond fietsen, om een hotel te kiezen die er niet te duur uitzag.
De eerste waar ik aanklopte, was vol. De tweede ook. En de derde en de vierde ook. Toen kwam ik bij een hotel, het City Hotel, waar een groot gebouw naast stond, dat ook op een hotel leek, maar geen receptie had. Misschien een dependance van het City Hotel? Maar ook hier kreeg ik nul op request. Ik vervolgde m'n speurtocht en twee hotels later was er een hele aardige dame, die duidelijk maakte dat haar hotel vol was, maar dat ze een plek voor me had in een nieuw hotel, 10 minuten lopen daar vandaan. Een nieuw hotel, met een kamerprijs van ¥ 6000 en dat was maar weinig meer dan ik gewend ben te betalen voor een hotel. Had ik dan toch geluk? De aardige dame gaf de receptie over aan een ander en bracht mij er heen, lopend! In looppas nog wel en ik kuierde op m'n fiets langzaam achter haar aan. Toen ik me daar nederig voor verontschuldigde, zei ze glimlachend "I am diet" maar gezien het figuurtje waar ik achter aan fietste, viel de noodzaak daarvan wel mee. De volgende verrassing was dat we in het City Hotel terecht kwamen, waar ik kort daarvoor de deur was gewezen!
Ik liep heel triomfantelijk achter haar aan naar binnen en was heel benieuwd wat er nu ging gebeuren. Ze sprak dezelfde man aan die mij 'alles vol' had verkocht. Nu kreeg ik wel onmiddellijk een kamer, in de dependance naast het hotel. Hoe kon dit nu? Ik weet het niet, maar ik bedankte de aardige dame met alle Japanse buigingen die ik op kon brengen. Aan de man, die er bij stond, probeerde ik met ijzige blikken te laten merken wat ik van zijn houding vond, maar ik weet niet of dat goed overgekomen is. Ik had gelukkig onderdak en dat was het belangrijkste.

|